|
 |
Tijdens mijn middelbare schooltijd moest ik voor wiskunde in de richting latijn-wiskunde niet teveel moeite doen om toch goeie punten te behalen. Voor mijn verdere studies twijfelde ik tussen geneeskunde en ingenieurswetenschappen. Bij het toelatingsexamen voor het laatste behaalde ik een zeer goed resultaat. Dat heeft mij doen beslissen om ingenieursstudies aan te vatten. In die tijd was er voor geneeskunde geen toelatingsproef. Nu is het net omgekeerd: wel één voor geneeskunde en geen voor ingenieurswetenschappen. Moest ik nu dezelfde tactiek toepassen, dan zou ik wellicht geneeskunde aan het studeren zijn.
Na mijn studies ben ik 1 jaar aan de universiteit te Gent gebleven, bij het Belgisch Instituut voor Lastechniek (BIL). Tijdens dat jaar kreeg ik een Fullbright beurs om naar Amerika te gaan. In Cornell University behaalde ik na 4 jaar een Ph.D. in Materials Science and Engineering. Een academische carrière behoorde tot de mogelijkheden, maar ik keerde terug naar het BIL.
Toen het Gentse staalbedrijf Sidmar een onderzoekscentrum OCAS oprichtte in 1989 kreeg ik de kans om daar de afdeling “verbindingstechnologie” mee uit te bouwen. Dat was een zeer boeiende uitdaging. We hebben toen de beslissing genomen om te investeren in lasertechnologie. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een belangrijke industriële toepassing, nl. lasergelaste onderdelen voor de automobielbouw.
Sindsdien heb ik verschillende jobs uitgeoefend, altijd binnen dezelfde staalindustrie die ondertussen is uitgegroeid tot de wereldleider ArcelorMittal. Na enkele jaren in het buitenland (Frankrijk – Luxemburg) ben ik sinds 2007 terug actief in de site te Gent. De laatste jaren heb ik een ondersteunende functie bij de directie, een rol waarin ik me goed voel. In deze functie kom ik in contact met alle afdelingen van de fabriek en volg ik een aantal belangrijke dossiers van zeer nabij.
Ik vind dat ik mijn privé- en werkleven altijd goed heb kunnen combineren. Ik heb altijd (meer dan) voltijds gewerkt, maar de huishoudelijke taken probeerde ik zoveel mogelijk uit te besteden. Er is een zware periode geweest toen er een tweeling bijkwam en de oudste net 2 jaar was geworden. Je sociaal leven wordt dan tijdelijk op nul gezet. Gelukkig heb ik steeds kunnen rekenen op ondersteuning zodat ik zelfs regelmatig kon deelnemen aan buitenlandse conferenties. Mijn carrière heeft uiteraard veel invloed gehad op de manier waarop de kinderen zijn grootgebracht, maar daarom niet in een negatieve zin. Mijn oudste dochter heeft enkele jaren geleden ook het diploma burgerlijk ingenieur behaald.
Als ik terugblik op de laatste 25 jaar dan kan ik alleen maar vaststellen dat er al heel wat maatregelen genomen zijn door de overheid die de combinatie werk en gezin ten goede komen. Vlaams minister Kathleen Van Brempt investeert dit jaar 5 miljoen euro in ondernemingen die hun werknemers gezinsvriendelijke diensten willen aanbieden. Ik stel vast dat ook heel wat mannelijke collega’s gebruik maken van bv. een strijkdienst!
De maatschappij is ondertussen sterk veranderd, mede dankzij technologische vooruitgang, vaak door ingenieurs ontwikkeld. De informatica- en telecommunicatietoepassingen maken het mogelijk om veel flexibeler te werken.
Vandaag zien we ook vrouwelijke ingenieurs lijnverantwoordelijke worden in de productie, zelfs in “traditioneel mannelijke” bedrijven zoals in de staalindustrie. Vorig jaar, bij een bezoek aan onze Italiaanse site, vertelde de nieuwe directeur dat, bij een grondige reorganisatie, er een aantal vrouwelijke ingenieurs “in the picture” zouden komen. Hij had een aantal zeer goede kandidaten waarvan er één werd opgeleid tot veiligheidschef. Volgens hem kwam dit het negatieve beeld (zware industrie – veel macho gedrag) dat de omgeving van zijn staalbedrijf heeft zeer ten goede.
Een goede ingenieur moet zich snel kunnen inwerken bij nieuwe projecten, problemen etc. Daarvoor moet een ingenieur over een snelle analytische geest beschikken en een nauwkeurige synthese kunnen maken. “Out of the box thinking”, organisatietalent en met verschillende zaken tezelfdertijd kunnen bezig zijn zonder teveel last van stress zijn pluspunten die vrouwelijke ingenieurs meestal wel bezitten.
<<terug naar de andere getuigenissen
|
|
|
|