|
 |
Het was in de humaniora dat ik voor het eerst in contact kwam met scheikunde. Dat vond ik eigenlijk wel interessant en ik was ook een van de enigen in de klas die dat een beetje begreep (lacht). Men heeft mij gestimuleerd om daar verder energie in te steken. En toen ze in die school, een echte meisjesschool, met de richting Latijn-Wiskunde begonnen, heb ik die kans gegrepen. Het zware pakket wiskunde blijft toch de beste voorbereiding op een ingenieursstudie.
Ik denk niet dat ik een goed beeld had van wat een ingenieur nu eigenlijk deed. Maar op dat moment dacht ik ‘ik kies zo zwaar mogelijk en zie wel of het gaat’. En studiebegeleiding zei me dat ik met dat diploma toch alle kanten uitkon.
Opnieuw koos ik voor scheikunde, misschien wel de richting die de meeste meisjes aansprak. Vooral de milieuvakken boeiden me. Mijn stage deed ik bij Solvay. Mijn sollicitatiebrief stuurde ik dan ook naar de typische chemische industrie. Ik vermeldde er bij dat ik de milieurichting ook heel interessant vond. Maar in 1991 waren de jobs niet zo dik gezaaid in de chemische industrie waardoor ik uiteindelijk ook bij andere bedrijfstakken ben beginnen solliciteren. Een van die bedrijven was Electrabel, een kennis van mij werkte daar.
Bij de selectie vroegen ze me of ik geïnteresseerd was om in een kerncentrale te werken, en of het niet in tegenspraak was met mijn milieugerichtheid. Uiteraard wilde ik de uitdaging aangaan. Zeven jaar heb ik er de functie van milieucoördinator uitgeoefend. Ik was de eerste vrouwelijke ingenieur in de kerncentrale. Je was direct overal gekend, dat was eigenlijk wel plezant. Op mijn eerste dag hebben mijn collega’s mij wel een loer gedraaid. Ze hadden mijn naambordje boven de deur van mijn baas gehangen. Die ontvangt mij en ik zeg ‘Ah, dat is hier dus mijn bureau?’ (lacht).
Nu ben ik verantwoordelijk voor de stralingsbescherming van de vier centrales. Van een functie die veel te maken had met overheden en externe klanten, ben ik geëvolueerd naar één die volledig intern gericht is en erg operationeel is. Ik deed het ene graag en het huidige doe ik ook heel graag.
Ik heb redelijk lang gewacht om aan kindjes te beginnen, ik was dertig. Ik zag niet in hoe ik dat eerder met mijn carrière moest combineren. Ik was wel burgerlijk ingenieur scheikunde, maar moest mij voortdurend verder specialiseren: de centrale besturen, kernfysica, milieuzorg (EMA-certificaat), veiligheidstype niveau 1. Tijdens mijn laatste opleiding besloten mijn man en ik om onze kinderwens niet langer uit te stellen. Het was toch wel heel zwaar, het ouderschapsverlof was nog niet zo goed geregeld. We hebben recent nog een derde kindje gekregen en nu maakt mijn echtgenoot gebruik van de huidige ruimere mogelijkheden van ouderschapsverlof.
Als ik nog een boodschap mag geven: ik denk dat er meer ingenieurs in de politiek zouden moeten zitten. Om de grote vraagstukken aan te pakken. Ik denk maar aan de energievoorziening in de toekomst, natuurlijk omdat ik daar zelf dicht bij zit. Men heeft blijkbaar niet de inzichten vanwaar energie komt. Dan denk ik altijd: ‘ik had in de politiek moeten gaan’ (lacht).
<<terug naar de andere getuigenissen
|
|
|
|